c37AI Kwaliteit24 mei 20266 min lezenMvG — C37 redactie

Leesbaarheid van beleidsstukken verbeteren — praktische gids

Beleidsstukken die niemand begrijpt, hebben geen effect. Toch belanden ze dagelijks in postvakken: notities van 14 pagina's met zinnen van 35 woorden, vol begri

Beleidsstukken die niemand begrijpt, hebben geen effect. Toch belanden ze dagelijks in postvakken: notities van 14 pagina’s met zinnen van 35 woorden, vol begrippen als “kaderstellend”, “borging” en “voorliggend”. De lezer haakt af, de boodschap landt niet, en de uitvoering hapert.

Deze gids laat zien hoe je de leesbaarheid van beleidsstukken verbetert zonder inhoud te verliezen. Met concrete technieken, meetbare normen en voorbeelden uit de praktijk — toepasbaar of je nu zelf schrijft, redigeert of AI-gegenereerde concepten beoordeelt.

Checklist vooraf

  • Zinslengte gemiddeld onder 20 woorden
  • Kernboodschap in de eerste alinea
  • Actieve vorm waar mogelijk
  • Jargon vervangen of uitgelegd
  • Juridische passages apart laten valideren
  • Leesniveau gemeten met een erkende tool

Waarom leesbaarheid van beleidsstukken vaak tekortschiet

Beleidsschrijvers werken in een omgeving die complexiteit beloont. Juridische precisie, politieke nuance en interne afstemming leiden tot teksten die voor iedere stakeholder kloppen, maar voor niemand prettig lezen.

Volgens Stichting Lezen & Schrijven zijn er in Nederland ongeveer 2,5 miljoen laaggeletterden van 16 jaar en ouder (cijfers 2023, op basis van PIAAC-onderzoek). Zij hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen op het niveau dat nodig is om volwaardig mee te doen. Veel beleidsstukken liggen ruim boven het taalniveau dat deze groep aankan — en zelfs voor geoefende lezers blijven ze taai.

Daarbij komt een nieuwe factor. AI-tools genereren steeds vaker concept-beleidsteksten. Die concepten zijn grammaticaal correct, maar hebben de neiging om wollig en redundant te zijn. Zonder redactionele controle verergert het probleem.

De vier kenmerken van leesbaar beleid

Voordat je gaat herschrijven, moet je weten waar je naartoe werkt. Leesbaar beleid heeft vier kenmerken:

1. Korte zinnen. Gemiddeld 15-20 woorden. Zinnen boven de 25 woorden splitsen.

2. Concrete woorden. “Beslissen” in plaats van “een beslissing nemen”. “Wij” in plaats van “het college”.

3. Logische opbouw. Belangrijkste boodschap eerst. Daarna onderbouwing, dan uitzonderingen.

4. Visuele rust. Tussenkoppen om de 200 woorden, witregels tussen alinea’s, bullets voor opsommingen.

Een meetbare norm helpt: hanteer taalniveau B1 (Raad van Europa, CEFR) als praktische richtlijn. CEFR meet eigenlijk de vaardigheid van lezers, maar de overheid gebruikt het breed als benchmark voor begrijpelijke teksten — zie ook de richtlijnen op communicatierijk.nl en directduidelijk.nl. Tools als accessibility.nl/leesniveau, Klinkende Taal of Hemingway Editor geven een indicatie.

Praktische technieken die direct werken

Schrap stopwoorden en versterkers

Woorden als “in principe”, “in beginsel”, “uiteraard”, “feitelijk” en “in dat kader” voegen niets toe. Schrap ze rigoureus. Een notitie van 1.200 woorden krimpt vaak naar 950 zonder verlies van betekenis.

Voor: “In het kader van de voorliggende beleidsnotitie wordt in beginsel uiteengezet hoe wij feitelijk omgaan met de implementatie.”

Na: “Deze notitie beschrijft hoe wij de implementatie aanpakken.”

Van 21 naar 8 woorden. Zelfde inhoud.

Vervang naamwoordstijl door werkwoorden

Beleidstaal stapelt zelfstandige naamwoorden. Dat maakt zinnen abstract en traag.

Voor: “De uitvoering van de evaluatie vindt plaats door de afdeling.”

Na: “De afdeling evalueert.”

Zoek in je tekst op woorden eindigend op -ing, -atie en -heid. Vaak verbergt zich daar een werkwoord.

Gebruik de actieve vorm

Passieve zinnen verbergen wie wat doet. In beleid is dat juist wat je wilt voorkomen.

Voor: “Er wordt door de gemeente toezicht gehouden op de naleving.”

Na: “De gemeente houdt toezicht op de naleving.”

De actieve vorm dwingt je tot helderheid over verantwoordelijkheden.

Beperk vakjargon

Vakjargon mag — als je doelgroep het echt gebruikt. Voor een interne nota over GGD-protocollen is “epidemiologische surveillance” prima. Voor een raadsvoorstel niet.

Maak een lijst van termen die je vervangt of uitlegt. Bouw die per dossier op. Voorbeelden:

  • “Borgen” → “vastleggen” of “zorgen dat”
  • “Kaderstellend” → “het kader bepalend”
  • “Integraal” → “samen met andere afdelingen” (of schrap)

Structuur: de omgekeerde piramide

Beleidsstukken worden vaak chronologisch opgebouwd: aanleiding, context, analyse, conclusie. De lezer komt pas op pagina 8 bij wat hij moet weten.

Draai dit om. Begin met de kernboodschap:

  1. Wat is het besluit of advies? (1-2 zinnen)
  2. Wat betekent dit concreet? (3-5 punten)
  3. Waarom? (onderbouwing)
  4. Wat zijn de risico’s en alternatieven?
  5. Bijlagen en details

Deze structuur werkt voor raadsvoorstellen, directieadviezen en interne memo’s. Wie alleen de eerste alinea leest, heeft de essentie. Wie verder leest, krijgt diepgang.

Leesbaarheid versus juridische precisie

Een belangrijke kanttekening voor compliance: vereenvoudigen mag de juridische strekking niet veranderen. Wettelijke begrippen, definities en verwijzingen hebben vaak een vaste betekenis die niet zonder gevolgen vervangen kan worden.

Werk daarom in twee lagen. Schrijf de hoofdtekst op B1, maar laat juridisch geladen passages — verwijzingen naar de Awb, AVG, lokale verordeningen — toetsen door een jurist voordat het stuk de deur uitgaat. Markeer die passages in het concept, zodat de redacteur weet waar de speelruimte zit en waar niet.

AI-gegenereerd beleid redigeren

Steeds meer organisaties gebruiken ChatGPT, Copilot of interne LLM’s voor eerste concepten. Dat scheelt tijd, maar levert teksten op met typische gebreken:

  • Opsommingen zonder prioriteit: alle punten lijken even belangrijk
  • Holle versterkers: “cruciaal”, “essentieel”, “in toenemende mate”
  • Voorspelbare structuren: “Ten eerste… Ten tweede… Tot slot…”
  • Vage werkwoorden: “faciliteren”, “ondersteunen”, “bevorderen”

Behandel AI-output als een ruwe conceptversie: bruikbaar startpunt, geen eindproduct. Loop drie controles na:

  1. Feitencheck. Klopt elk cijfer, elke wetsverwijzing, elke datum?
  2. Concreetheid. Vervang abstracte werkwoorden door specifieke acties.
  3. Leesniveau. Meet richting B1, herschrijf zinnen boven 25 woorden.

Platforms zoals C37 automatiseren deze controles en geven per alinea een leesbaarheids- en risicoscore. Dat versnelt de redactie, vooral bij grote dossiers.

Meten of het werkt

Verbetering moet meetbaar zijn. Anders blijft het bij goede bedoelingen. Drie indicatoren werken in de praktijk:

Indicatief leesniveau. Meet voor en na herschrijven met dezelfde tool. Let op: leesniveautools geven een indicatie, geen exacte score. Gebruik ze om trends te zien, niet om absolute uitspraken te doen.

Gemiddelde zinslengte. Onder de 20 woorden. Tel met Word (Bestand → Opties → Controle → Leesbaarheid tonen).

Tijd tot kernboodschap. Laat een collega de tekst 60 seconden lezen. Kan hij daarna de hoofdboodschap navertellen? Zo niet: herstructureer.

In vergelijkbare herschrijftrajecten bij gemeenten — onder meer beschreven in publicaties van Gebruiker Centraal en het programma Direct Duidelijk — rapporteren organisaties kortere stukken, snellere besluitvorming en minder verduidelijkingsvragen vanuit raden en commissies. De winst zit niet in minder kritiek, maar in sneller begrip.

Borging in de organisatie

Eenmalige opschoonacties houden niet stand. Leesbaarheid wordt pas standaard als de organisatie het systematisch borgt:

  • Schrijfwijzer per organisatie. Maximaal 10 pagina’s, met voorbeelden, niet alleen regels.
  • Sjablonen met ingebouwde structuur. Verplichte velden voor kernboodschap en concrete acties.
  • Vier-ogen-principe. Eindredactie door iemand buiten het dossier — die ziet onduidelijkheden die de schrijver mist.
  • Training voor schrijvers. Niet eenmalig, maar jaarlijks, met echte stukken uit eigen praktijk.
  • Tooling. Leesbaarheidschecks geïntegreerd in het schrijfproces, niet pas bij de eindredactie.

De combinatie van mens en tool werkt het beste. Software vangt structurele problemen (zinslengte, jargon, passieve vorm). Mensen beoordelen toon, politieke gevoeligheid, juridische precisie en logische opbouw.

Eerste concrete stap

Begin klein. Pak vandaag één beleidsstuk dat deze week de deur uit moet. Doe drie dingen:

  1. Meet het huidige leesniveau met een gratis tool zoals accessibility.nl/leesniveau.
  2. Schrap stopwoorden en versterkers in de eerste twee pagina’s. Tel het verschil in woorden.
  3. Verplaats de kernboodschap naar de eerste alinea. Lees de tekst opnieuw — werkt het nu sneller?

Eén stuk, één middag, zichtbaar verschil. Dat is het bewijs dat je intern nodig hebt om structureler te gaan werken aan leesbaarheid.


Bronnen

  • Stichting Lezen & Schrijven, Feiten & cijfers laaggeletterdheid (2023), op basis van PIAAC.
  • Raad van Europa, Common European Framework of Reference for Languages (CEFR).
  • Programma Direct Duidelijk en Gebruiker Centraal — directduidelijk.nl, gebruikercentraal.nl.
  • Accessibility Foundation, leesniveautool — accessibility.nl/leesniveau.